Wat was er aan de hand met de schrijvers van de voorgaande generaties? Wat bezielde ze om op een gegeven moment tegen zichzelf te zeggen dat ze hun stilte wilde opheffen, en vervangen voor een nieuwe, een stilte van een andere orde? Hoezo is de ik-persoon uit 1984 begonnen met zijn dagboek? Het lijkt me stug dat hij dat deed omdat hij het idee had "voor de toekomstige generaties" aantekeningen te maken. Of de "ik" uit de aantekeningen van de ondergrondse?
Als ik naar mezelf kijk; ik heb wel eens geprobeerd een dagboek bij te houden, met het uiteindelijke idee, althans dat vertelde ik mijzelf, dat ik een periode later terug kon lezen "hoe ik toen was". Als een soort toekomstig retrospectief. Maar dat lukt me nooit. Allereerst lukt het me niet om de spanning te voelen met die toekomstige ik, en ten tweede is uit ervaring gebleken dat ik niet veel plezier beleef aan mijn historische zelf, of zelfs maar vindt dat hij interessante dingen vertelt.
Het enige dat me als een waarschijnlijke oorzaak van schrijven toeschijnt is: de directe ervaring te schrijven. Om op datzelfde moment te zien dat er iets gebeurt, en wat dat dan is. Het is een soort orde op zaken stellen. Dagelijks is er al een bepaalde schizofrenie aanwezig in onszelf (Karl Jaspers zei ook als hij "alleen" was dat hij zichzelf gezelschap hield), dus is het voor die twee wel aangenaam een beetje afstand van elkaar te hebben. Dit schrijven geeft ons de mogelijkheid met elkaar te reden?
Ook moet ik denken aan Kafka. Ik heb begrepen dat hij schreef en vaak zijn vrienden uitnodigde om ze voor te lezen. Ze vonden zijn schrijfsels bijzonder komisch en moedigde hem dus aan door te gaan. Maarja, dat waren geen dagboeken, maar tot fictie gemaakte waanbeelden (?) Stel je voor; je geeft je ziel bloot op een verschoven manier (fictie), en al je vrienden zeggen dat het grappig is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten